Onder 19

Techniek

Alle technische vaardigheden die in de B-junioren zijn aangeleerd moeten nu verbeterd, geperfectioneerd en/of onderhouden worden. Alle principes van de B-junioren (spelsituaties, spelhervattingen) verbeteren, perfectioneren en/of onderhouden.

Zonder bal

  • Voetenwerk
  • Verplaatsen in en voor het doel (starten, lopen, sprinten, afremmen, draaien en keren in alle richtingen)
  • Springen (één- en tweebenige afzet, omhoog, voorwaarts, achterwaarts, links en rechts, zijwaarts vanuit stand of aanloop met één of meer passen)

Met bal

  • In de uitgangshouding komen
  • Uitgangshoudingen
  • Vangen
    • Oprapen
    • Onderhands vangen
    • Blokkeren met buik/borst
    • Bovenhands vangen
    • Met ontwijken van tegenstander
  • Stuitballen
  • Tippen (naast en over het doel), verlengen en veranderen van de richting van de bal bij flankballen
  • Vallen – Duiken – Zweven
  • Luchtduel
  • Stompen (één en twee vuisten)
  • Duel 1 tegen 1
  • Spelersvaardigheden:
    • Voor buiten 16 meter: zoals wegtrappen, koppen, sliding, etc.
    • Terugspeelbal

Balbezit keeper

  • Trap uit de handen
    • Volley
    • Dropkick
    • Rol en trap
  • Werpen
    • Rollen
    • Slingerworp
    • Strekworp
    • Inworp
    • Duwworp (vanaf de borst)
  • Doeltrap
  • Terugspeelbal

* Alle bovenstaande onderdelen in relatie met:

De realiteit van de wedstrijdsituatie in deze leeftijdscategorie:

  • Bij alle spelsituaties
  • Bij alle spelhervattingen

Binnen:

  • Balbezit
  • Balbezit tegenpartij
  • Omschakeling

Inzicht (Gochme, spelinteligentie)

Balbezit tegenstander

  • Opstellen en positie bij:
    • Schoten op het doel
    • Onderscheppen van diepteballen
    • Duel 1 tegen 1
    • Voorzetten

Spelhervattingen

  • Positie voor en in het doel bij
    • Hoekschop
    • Vrije trap (direct en indirect)
    • Strafschop
    • Aftrap
    • Verre inworp
    • Scheidsrechtersbal

Balbezit keeper

  • Keuzes maken (= lezen van de wedstrijd):
    • Snel spelen
    • Vasthouden
  • Keuze hoe spelen (= techniek):
    • Trappen (volley, dropkick, vanaf de grond)
    • Werpen (rollen, slingerworp, strekworp, inworp, duwworp)

Coachen, organiseren en leiding geven

Balbezit

Situatie op het middenveld in het hoofd. Bij balverlies middenlinie neerzetten.

Balbezit speler

  • Spelers rond de balbezitter vrij laten lopen
  • Spelers aan de bal aan geven waar de bal naar toe kan
  • Speler die de bal heeft coachen door “TIJD”; “IN JE RUG”; “VOORUIT”; etc. toe te roepen

Balbezit keeper + speler

  • Bal naar medespeler, eerst speler aanroepen
  • Spelers in vrije ruimte sturen om aan te spelen
  • Na het spelen van de bal:
    • Opsluiten
    • Neerzetten 1 op 1 in de laatste lijn

Balbezit tegenstander

Samenwerking speler(s)-keeper termen. Bal bij speler of tussen speler en keeper in:

  • LOS, bal voor de keeper
  • JIJ, bal voor de speler
  • TIJD, speler heeft tijd
  • WEG, speler moet bal wegspelen
  • NIET TERUG, speler mag niet terug spelen
  • VOORUIT, speler moet bal naar voren spelen

Spelsituaties:

  • Scherp zetten daar waar gevaar (kan) ontstaa(n)t

Spelhervattingen

  • Duidelijke afspraken en erop trainen voor de wedstrijd
  • Tijdens de wedstrijd neerzetten van spelers (volgens afspraak)
Scroll naar boven